EN - NL
A+ A-
Categories Menu

Onderzoeksdoelstellingen

In het kort: D-SCOPE is het IWT-project dat onderzoek doet naar gerichte detectie van kwetsbare ouderen in hun lokale omgeving. Het project draagt bij aan het ontwikkelen van een nieuwe visie op de preventie van kwetsbaarheid van ouderen in de toekomst, zodat zij zo lang mogelijk kwaliteitsvol thuis kunnen blijven wonen.

Binnen het D-SCOPE project vertrekt men vanuit een multidisciplinair en vraaggestuurd perspectief: fysiek, cognitief, psychologisch, sociaal én vanuit de eigen leefomgeving van ouderen. Dit moet een antwoord bieden op de noden van ouderen zoals ook zij die percipiëren. We leggen daarbij een sterke nadruk op preventie en empowerment.

Iedere betrokken onderzoeksinstelling bestudeert binnen een van deze domeinen een specifiek thema rond kwetsbaarheid bij ouderen. Alle inzichten worden gebundeld in een overkoepelende visie op het stabiliseren of uitstellen van kwetsbaarheid bij ouderen. Samengevoegd vormen deze multidisciplinaire onderzoeksresultaten de wetenschappelijke basis om onze valorisatiedoelstellingen te bereiken. Er wordt hierbij steeds gestreefd naar een balans tussen evidence-based en practice-based onderzoek, wat moet leiden tot best-practices. De onderzoeksmethoden zijn zowel kwalitatief als kwantitatief van aard.

Het onderzoek kunnen we onderverdelen in drie grote werkpakketten of fasen van preventie. Aan elke preventieve fase zijn specifieke onderzoeks- en valorisatiedoelstellingen verbonden.

1e onderzoeksfase (Werkpakket 1 – 2015): In deze eerste fase brengen we risicofactoren en –profielen van kwetsbaarheid in kaart.

2e onderzoeksfase (Werkpakket 2 – 2016): Mantelzorg, sociale omgeving en thuiszorg zijn de ‘oren en ogen’ van ons zorgsysteem en zij zijn het die het snelst potentiële risicofactoren kunnen opmerken. We ontwikkelen een adequaat evidence based meetinstrument dat de kwetsbaarheidsbalans van ouderen in kaart brengt én een screeningsinstrument voor de vroegdetectie van de ziekte van Alzheimer. Beide instrumenten maken het mogelijk preventief en proactief te handelen.

3e onderzoeksfase (Werkpakket 3 – 2017/2018): Het detecteren van een kwetsbaarheidsbalans heeft slechts nut wanneer er voldoende opvolging aan wordt gegeven. In deze fase testen we dan ook specifieke interventies, beleidsaanbevelingen en hulpmiddelen die ouderen, hun mantelzorgers en sociale omgeving kunnen versterken of hen naar de gepaste formele hulp en ondersteuning kunnen leiden om op die manier hun kwetsbaarheid te stabiliseren of de negatieve effecten ervan uit te stellen.

Concreet kunnen we de onderzoeksdoelstellingen onderverdelen op basis van de onderzoeksprojecten van de doctorandi.

  • Ontwikkeling kwetsbaarheidsbalansinstrument

Ondanks dat er reeds verschillende methoden zijn om kwetsbare ouderen op te sporen, bestaat hierover nog steeds veel discussie. Steeds meer wordt duidelijk dat er met betrekking tot kwetsbare ouderen niet alleen naar de beperkingen op lichamelijk, psychisch, sociaal of omgevingsgebied moet worden gekeken, maar eveneens naar de beschermende, ondersteunende en zingevende factoren. Daartoe is het begrip ‘frailty balance’ geïntroduceerd dat verwijst naar de verhouding tussen beperkingen en positieve factoren.

Het hoofddoel van dit onderzoekstraject is de ontwikkeling van een ‘frailty balance’-meetinstrument dat op een praktische, valide en betrouwbare wijze kwetsbaarheid van ouderen in kaart brengt en rekening houdt met zowel de beperkingen, de omgeving als ook de beschermende en ondersteunende factoren.

  • Mantelzorg van kwetsbare ouderen

Door de vergrijzing van de samenleving doen alsmaar meer ouderen een beroep op langdurige (thuis)zorg. Bovendien wordt het discours van vermaatschappelijking van de zorg – met de nadruk op ageing in place – sterk gestimuleerd door de overheid. De beleidskeuze is er dus een van éérst zelfzorg, dan informele zorg en vervolgens formele zorg. Hierdoor neemt de druk bij mantelzorgers alsmaar toe en vaak zijn zij zelf ook kwetsbaar of oudere.

In dit onderzoek wordt onder andere nagegaan wat de invloed is van kwetsbaarheid bij mantelzorgers op kwetsbaarheid bij ouderen.

  • Zorgzame sociale omgeving

In de huidige literatuur rond kwetsbaarheid bij ouderen is er aandacht voor de rol van de sociale omgeving in relatie tot kwetsbaarheid maar zien we ook dat het begrip sociale omgeving ruim wordt ingevuld. De focus ligt vaak slechts op één aspect van de sociale omgeving. Voor sommige auteurs omhelst het begrip sociale omgeving de ene keer enkel de buurt, een andere keer enkel het familiale of bedoelt men er bijvoorbeeld het sociaal netwerk mee. De leemtes hierin worden geïdentificeerd.

Daarna wordt er onderzocht hoe de afzonderlijke componenten van de sociale omgeving, of combinaties van verschillende componenten, in relatie staan met de verschillende domeinen van kwetsbaarheid (fysieke, cognitieve, psychologische en sociale domein én de leefomgeving van ouderen) en hoe men de sociale omgeving kan inschakelen om kwetsbaarheid bij ouderen uit te stellen of te stabiliseren.

  • Zorgmodellen

In dit onderzoek wordt de effectiviteit van huidige zorginterventies nagegaan in relatie met het al dan niet stabiliseren of uitstellen van kwetsbaarheid bij ouderen. Er wordt in kaart gebracht welke de ‘best practices’ zijn en hoe die een positieve invloed hebben op het zelfstandig, kwaliteitsvol ouder worden in de eigen woonomgeving. Op die manier wordt er een kader (framework) ontwikkeld dat als basis dient voor nieuwe interventies. Daarnaast wordt er onderzocht of er relationele verbanden zijn tussen vroegpensionering en (mogelijke) kwetsbaarheid bij ouderen.

  • Preventieve huisbezoeken bij kwetsbare ouderen

Tijdens dit onderzoek wordt nagegaan welke invloed preventieve huisbezoeken kunnen hebben op het gebied van empowerment, zelfredzaamheid en zelfsturing van kwetsbare ouderen en welke rol zowel de formele als de informele zorgverlening daarin kan spelen. Daarnaast wordt er ook onderzoek gedaan naar de relatie tussen het al dan niet aanwenden van formele zorg en het niveau van kwetsbaarheid bij ouderen. Verder wordt er onderzocht hoe ouderen en mantelzorgers effectief preventief ondersteund kunnen worden in hun specifieke thuissituatie.

  • Vroegdetectie van de ziekte van Alzheimer

Dit onderzoeksproject richt zich op de ontwikkeling van een neuropsychologisch screeningsinstrument voor de vroegdetectie van de ziekte van Alzheimer (AD). AD is een progressieve ziekte die ingedeeld kan worden in verschillende fasen. De eerste fase is een presymptomatische fase waarbij het ziekteproces (vorming van neurofibrillaire tangles en beta-amyloïde plaques in de hersenen) al plaatsvindt maar er zich nog geen klinische symptomen voordoen. In de volgende fase spreekt men van een prodromale fase of mild cognitive impairment (MCI). Hier hebben mensen milde cognitieve stoornissen maar hun dagelijks functioneren blijft nog steeds intact. Tot slot is er de dementie fase die van toepassing is indien men voldoet aan volgende criteria: meer dan twee cognitieve domeinen die verstoord zijn én een significante achteruitgang in het dagelijks functioneren.

Het is van groot belang dat mensen zo vroeg mogelijk in het proces worden opgespoord omdat interventies (medicamenteus en psychotherapie) het best werken wanneer ze vroeg worden opgestart. Momenteel is de Mine Mental State Examination (MMSE) het meest gebruikte screeningsinstrument. Dit instrument heeft echter een aantal nadelen. Zo werd het oorspronkelijk niet ontwikkeld als screeningsinstrument voor AD en is het bijgevolg niet sensitief voor AD, zeker niet in een vroeg stadium. Daarnaast is er een culturele en opleidingsbias: mensen die hooggeschoold zijn scoren vaak hoog en worden dan ten onrechte bestempeld als cognitief gezond.

Het is bijgevolg noodzakelijk dat er een meer sensitief screeningsinstrument komt. Voor de ontwikkeling van dit nieuwe neuropsychologisch screeningsinstrument wordt er zowel een longitudinale als een cross-sectionele studie uitgevoerd. In de longitudinale studie worden er gedurende twee jaar patiënten opgevolgd met milde cognitieve stoornissen (MCI). Deze MCI patiënten worden opgedeeld in twee groepen: MCI patiënten met biologische merkers voor AD en MCI patiënten zonder biologische merkers voor AD.

  • Psychologische kwetsbaarheid en levenskwaliteit

Binnen het huidige onderzoek rond kwetsbaarheid bij ouderen wordt er meer aandacht gevestigd op fysieke dan op psychologische kwetsbaarheid. Uit de resultaten van de CFAI (Comprehensive Frailty Assessment Instrument) blijkt echter dat de psychologische en emotionele factoren zwaarder doorwegen dan de sociale- en omgevingsfactoren. Ouderen ervaren blijkbaar een verschil in het ‘kwetsbaar zijn’ en het zich ‘kwetsbaar voelen’. Het uitgangspunt is de beleving en de ervaring van ouderen. Welke emotionele ervaringen hebben zij inzake kwetsbaarheid?

In dit onderzoek worden niet enkel de componenten onderzocht die een rol spelen in het ontwikkelen van psychische kwetsbaarheid maar ligt de focus ook op het in kaart brengen van de protectieve en risicofactoren. Om te weten te komen welke de onderliggende dynamieken zijn die aan de basis van psychologische kwetsbaarheid liggen, worden thuiswonende ouderen met een risicoprofiel inzake kwetsbaarheid gescreend. Het uitgangspunt hierbij is telkens de beleving en de (emotionele) ervaring die ouderen hebben ten aanzien van hun (mogelijke) kwetsbaarheid.